In de categorie wetgeving zien we onrust over de inzet van zelfstandigen. De recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over Uber-chauffeurs brengt echter een belangrijk stukje rust terug in de markt. Het hof bevestigt namelijk dat ondernemerschap niet afhangt van je beroepsgroep, maar van hoe jij je werk feitelijk uitvoert. Dit heeft grote gevolgen voor de manier waarop we kijken naar schijnzelfstandigheid binnen scholen.
Geen collectieve uitsluiting van beroepsgroepen
Het gerechtshof maakte in januari 2026 korte metten met het idee dat hele sectoren vooraf kunnen worden uitgesloten van het werken als zzp’er. De vakbond FNV eiste dat alle chauffeurs collectief als werknemer zouden worden gezien, maar de rechter wees dit resoluut af. Volgens het hof kan een arbeidsrelatie nooit vooraf voor een hele groep worden bepaald op basis van een functienaam. Dit is een cruciale les voor de onderwijssector waar soms wordt geroepen dat een leraar per definitie geen ondernemer kan zijn.
De rechter benadrukt dat er altijd gekeken moet worden naar de specifieke feiten en omstandigheden per individu. Dat betekent dat de discussie over #is ingebed werk schijnzelfstandigheid nog steeds vraagt om een nauwkeurige blik op de praktijk. Maar stel: een schoolbestuur beweert dat zzp’ers niet meer welkom zijn vanwege hun functie, dan gaat dat direct in tegen de lijn die de rechter hier uitzet. Maatwerk is de norm, niet een algemeen verbod op basis van een sectorbeeld.
De individuele toetsing als juridische standaard
De uitspraak laat zien dat een holistische toetsing per opdracht noodzakelijk is. Hierbij wordt gekeken naar de hele relatie tussen de school en de docent. Factoren zoals ondernemerschap, de mate van gezag en de vrijheid om het werk in te richten spelen een rol. Dit sluit naadloos aan bij het huidige toetsingskader schijnzelfstandigheid zzp waar wij bij Flexonderwijs al jaren mee werken. Het is een bevestiging dat de individuele vrijheid van de zzp’er in het onderwijs juridisch stevig verankerd blijft.
In de praktijk zien we dat beleid en handhaving soms afdrijven van wat de wet eigenlijk voorschrijft. De Belastingdienst en de politiek neigen soms naar grove generalisaties, terwijl de rechter telkens weer teruggrijpt op de individuele overeenkomst. Voor de onderwijsmarkt betekent dit dat er meer ruimte is dan de krantenkoppen vaak doen vermoeden. Je kunt meer lezen over deze juridische ontwikkelingen in ons overzicht van de jurisprudentie mbt Wet DBA van 2023 tot heden
Afbeelding van de mascotte in een zakelijke maar toegankelijke setting waarin een zelfstandige docent in gesprek is met een schoolleider aan een houten tafel. Op de achtergrond is een wazig klaslokaal zichtbaar. De sfeer straalt gelijkwaardigheid, professioneel overleg en rust uit.
Rust voor opdrachtgevers en zzp’ers
Deze uitspraak brengt de broodnodige rust voor zowel scholen als zelfstandige docenten. Het schept duidelijkheid over het feit dat de keuze voor ondernemerschap een legitieme weg blijft, mits de uitvoering van de opdracht correct is ingericht. Het onderwijs kampt met personeelstekorten en de inzet van flexibele krachten is essentieel om de continuïteit te waarborgen. Het is daarom een geruststelling dat de rechter bevestigt dat groepsgewijs oordelen over arbeidsrelaties simpelweg niet houdbaar is.
Wanneer een school en een zzp’er op de juiste manier afspraken maken, hoeven zij niet te vrezen voor automatische kwalificatie als dienstverband. Het is echter wel belangrijk om de vinger aan de pols te houden bij nieuwe wetgeving, zoals de zelfstandigenwet. Voor actuele informatie over regelgeving kun je ook altijd de website van de Rijksoverheid raadplegen voor landelijke richtlijnen. Bang zijn voor de gevolgen is dus niet nodig, zolang je het goed organiseert
Bekijk onze adviesmogelijkheden voor scholen
De meerwaarde van Flexonderwijs
Zzp in het onderwijs kan prima, zolang je het goed regelt. Flexonderwijs faciliteert dit al sinds 2017 binnen de kaders van de Wet DBA en volgt de wet- en regelgeving continu en nauwgezet, altijd met het belang van het onderwijs voorop. De franchisenemers zijn bovendien volgens de Wet Franchise per definitie ondernemers, wat het risico op schijnzelfstandigheid aanzienlijk verkleint. Voor extra zekerheid bieden we een verantwoordingsmodel met continue controle en heldere rapportages, zodat je zzp’ers met vertrouwen kunt blijven inzetten en goed onderwijs gewaarborgd blijft.
Conclusie
De Uber-uitspraak is voor het onderwijs een belangrijke overwinning van de nuance op de aanname. Het bevestigt dat ondernemerschap een individuele keuze en beoordeling blijft die niet door een collectieve stempel kan worden uitgewist. Zolang de arbeidsrelatie feitelijk goed is ingericht en de toetsing per geval plaatsvindt, blijft zzp-schap een krachtig en juridisch houdbaar middel om onderwijskwaliteit te garanderen. Het is geen revolutie, maar een broodnodige bevestiging van de wet. De Uber-uitspraak is dus geen revolutie. Het is een bevestiging van de eerdere uitspraak een jaar eerder en is daarmee precies wat het onderwijs nodig heeft.
Wat kost het als wij alle zzp-inzet via flexonderwijs laten lopen? Waar kan ik mij als zzp’er aanmelden?

