In dit blog lees je of ‘inbedding’ betekent dat je als zzp’er automatisch een schijnzelfstandige bent. Hoe kijkt de rechtspraak naar zzp in het onderwijs en wat zegt de wetgeving hierover? De belangrijkste conclusie: zzp in het onderwijs is nog steeds mogelijk, zolang je het goed organiseert.
Wat is er veranderd sinds de handhaving van de Wet DBA?
Sinds 2025 wordt de WetDBA gehandhaafd. Deze wet bestaat al sinds 2016, maar werd lange tijd niet gehandhaafd vanwege onduidelijkheid. De discussie draait vooral om de vraag wanneer iemand écht zelfstandig is. Daarbij wordt gekeken naar loon, arbeid en gezag. Deze begrippen komen uit oude wetgeving uit 1907 en sluiten niet goed meer aan op de huidige praktijk. De handhaving is aangescherpt door het Deliveroo-arrest, dat nu als belangrijk toetsingskader wordt gebruikt. Hierdoor is er meer aandacht gekomen voor de feitelijke uitvoering van het werk in plaats van alleen de afspraken op papier.
Wat betekent ‘ingebed werk’?
Ingebed werk betekent dat je als zzp’er werkzaamheden uitvoert die onderdeel zijn van de organisatie. In de praktijk blijkt dat “een rooster volgen” niet per definitie inbedding is, zeker wanneer dit een keuze van de zzp’er is. Ook werken binnen dezelfde structuren hoeft geen (fiscale) inbedding te zijn, bijvoorbeeld wanneer het gaat om het inzetten van expertise in plaats van het vervullen van een functie. Maar stel: de werkzaamheden lijken op die van iemand in loondienst, dan betekent dit blijkbaar nog niet dat er automatisch sprake is van schijnzelfstandigheid. Dat is een belangrijke nuance die in de praktijk vaak wordt vergeten.
Rechtspraak zegt: (Fiscale) Inbedding is niet leidend
Begin 2025 leek het erop dat inbedding een doorslaggevende factor zou zijn. Dit werd ook zo gecommuniceerd door De Belastingdienst richting sectororganisaties zoals de PO-raad en de VO-raad. Kort daarna heeft de rechtspraak dit beeld bijgesteld.
De Hoge Raad heeft op 21 februari 2025 duidelijk gemaakt dat er geen rangorde bestaat tussen de verschillende beoordelingscriteria van Deliveroo. Dit betekent dat inbedding niet zwaarder weegt dan andere factoren. Alles moet in samenhang worden bekeken, inclusief ondernemerschap en de manier waarop iemand werkt.
Rechtspraak zegt: Geen enkele functie is enkel voorbehouden voor loondienst
Een andere belangrijke uitspraak komt van het Gerechtshof Amsterdam in 2026. Hierin wordt bevestigd dat zelfstandigheid altijd individueel beoordeeld moet worden. Dit betekent dat er geen functies zijn die alleen in loondienst uitgevoerd kunnen worden. Lees meer over het Uber-arrest
Met andere woorden: geen enkele sector, dus ook het onderwijs niet, kan zzp wettelijk uitsluiten. Dit maakt duidelijk dat algemene uitspraken over schijnzelfstandigheid (danwel vanuit inbedding) juridisch niet houdbaar zijn.
Wat betekent dit in de praktijk?
In de vele jurisprudentie wordt met regelmaat vastgesteld dat er ondanks inbedding géén sprake is van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan op basis van de huidige wetgeving niet met volledige zekerheid zeggen of zzp in het onderwijs altijd wel/niet mag. Dat betekent ook dat anderen die stellige uitspraken doen, juridisch gezien te kort door de bocht gaan.
Wat wél belangrijk is, is dat afspraken goed worden vastgelegd en dat de uitvoering overeenkomt met wat er op papier staat. Dit wordt ook wel de uitlegfase en kwalificatiefase genoemd, en juist daar wordt uiteindelijk op getoetst.
Lees meer over het risico bij schijnzelfstandigheid
Toch meer zekerheid nodig?
Inbedding blijkt dus geen doorslaggevende factor te zijn, maar volledige zekerheid geeft de wet dan nog steeds niet. Daarom kiezen sommige organisaties voor aanvullende controle.
Flexonderwijs werkt samen met zzpjanee.nl. Met behulp van een verantwoordingsmodel wordt wekelijks gecontroleerd of de afspraken (uitlegfase) overeenkomen met de praktijk (kwalificatiefase). Onderwijsorganisaties ontvangen maandelijks een rapportage die bij een eventuele controle kan worden overlegd aan de Belastingdienst. Dit helpt om verrassingen achteraf te voorkomen en geeft meer grip op de inzet van zzp’ers.
En onze franchiseformule dan?
Waar de WetDBA (2016) zich afvraagt of een zzp’er echt ondernemer is, zegt de WetFranchise (2020) dat een franchisenemer per definitie ondernemer is. De zzp’ers die via Flexonderwijs werken, doen dit volgens een Franchiseformule. Hierdoor wordt ondernemerschap al op voorhand bevestigd en wordt de kans op schijnzelfstandigheid nog kleiner, los van factoren zoals (fiscale) inbedding, vervanging en beloning.
Conclusie
Ingebed werk betekent niet automatisch schijnzelfstandigheid. De rechtspraak maakt duidelijk dat er geen enkel criterium doorslaggevend is en dat alles in samenhang moet worden beoordeeld. Voor zzp in het onderwijs betekent dit dat er ruimte blijft, zolang je bewust omgaat met hoe je werkt en samenwerkt. De sleutel ligt niet in het vermijden van samenwerking, maar in het aantonen van echte zelfstandigheid.
Wat kost het als wij alle zzp-inzet via flexonderwijs laten lopen? Waar kan ik mij als zzp’er aanmelden?

