flexonderwijs_logo

Voorkom schijnzelfstandigheid

Schijnzelfstandigheid is de situatie waarin een opdracht vanuit een onderneming wordt uitgevoerd terwijl het eigenlijk in loondienst had gepast.

Jan-Willem Duim

Bij schijnzelfstandigheid ontduikt de opdrachtgever zijn verplichtingen naar de Belastingdienst en naar de zzp’er. De Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelatie) zorgt dat werkgever en werknemer samen verantwoordelijk zijn voor afspraken over de werkrelatie. Zo wordt schijnzelfstandigheid voorkomen.

Ondernemer volgens De Belastingdienst

De ondernemer of de opdracht?

We merken dat het onderwijs, vaak uit onbekendheid, eerder de opdracht dan het ondernemerschap langs de lat van schijnzelfstandigheid legt. Logisch… niemand wil een boete riskeren! De wet DBA heeft hier 3 vragen voor opgesteld. Als minimaal 1 met “nee” wordt beantwoord, is er géén sprake van schijnzelfstandigheid.

Loon

JA

Voor de belastingdienst valt een factuur onder "loon". De enige manier om hier nee op te kunnen antwoorden is de opdracht als vrijwilliger uit te voeren.

Persoonlijke arbeid

JA/NEE

In de overeenkomst kan gekozen worden dat de zelfstandige zelf bepaalt wie de arbeid verricht. Mocht de school hier niets voor voelen, kan hier voor ja gekozen worden.

Werkgeversgezag

NEE

De zzp'er mag zelf bepalen wat hij wanneer hoe doet. Het rooster is dus niet leidend. Overigens is het goed denkbaar dat de zzp’er het rooster alsnog uitvoert, maar dit is dan zijn/haar keuze.

Om punt 3 (werkgeversgezag) van te voren goed af te spreken, kunnen scholen en zzp’ers via Flexonderwijs gebruikmaken van een overeenkomst van opdracht inclusief overeenkomst geen werkgeversgezag van De Belastingdienst. Dit betreft een twee-partijenovereenkomst; er is geen afhankelijkheid van/naar Flexonderwijs want enkel de school en de zelfstandige ondertekenen deze overeenkomst.

Wordt er gehandhaafd?

Ja en nee. De Belastingdienst ervaart dat deze wet DBA toch niet helemaal duidelijk is en is bezig met een vervolgwet (Opdrachtgeversverklaring met/zonder webmodule). Tot die tijd handhaaft De Belastindgienst wél maar richt het zich voornamelijk op de kwaadwillende. Mocht de belastingdienst de zzp’er of school als kwaadwillend zien, volgt eerst een waarschuwing. Pas bij het tweede zelfde geval volgt een boete.