Het lijkt een eindeloze herhaling van zetten: wéér een verplichte AOV, wéér een nieuwe versie van de VBAR. Alsof er in Den Haag maar één doel bestaat: zelfstandigen dwingen in loondienst. Dat zzp’ers al jaren aangeven géén verplichte AOV te willen? En dat er tegelijkertijd meer dan 60% van alle zzp’ers het gewoon geregeld heeft? Het demissionaire kabinet heeft daar geen boodschap aan.Dat er nauwelijks draagvlak is voor de VBAR? Ook geen probleem. De wet moet er komen. Maar betekent dit ook dat er duidelijkheid komt?
Verplichte AOV – Nog steeds onwerkbaar
De nieuwe VVD-minister van Sociale Zaken heeft een aangepaste versie van de verplichte AOV klaarliggen. Er zou naar de kritiek zijn geluisterd, maar de kern is onveranderd: verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, ongeacht of zzp’ers dat willen of niet.
Wat is er veranderd?
Wachttijd verlengd naar 2 jaar (in plaats van 1).
Premie verlaagd naar 5,4% (max. €171 per maand).
Uitzondering voor parttime zzp’ers die al in loondienst werken.
Maar het grote probleem blijft: dit is geen vangnet, het is een keurslijf. De uitkering ligt nooit hoger dan het minimumloon. Voor veel zelfstandigen betekent dat: premie betalen voor iets waar je nooit echt op kunt bouwen.
VBAR – Inbedding = dienstverband?
Ook de derde versie van de VBAR (Besluit Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) ligt ter consultatie. Waar eerder versies inbedding nog niet als mikpunt hadden, is nu dankzij de harde inzet van de wet DBA inbedding toch teruggekomen. Als je werk doet dat “ingebed” is in de organisatie van de opdrachtgever, dan ben je geen zelfstandige maar een werknemer. Dit blijft iets wat holistisch getoetst wordt en op zichzelf staand niet zo hard is als het wordt gezegd. Ingebed werk blijft toegestaan, mits goed geregeld.
Met andere woorden: hoe beter je je werk doet en hoe meer je onderdeel uitmaakt van de school of organisatie waarvoor je werkt, hoe groter de kans dat de Belastingdienst zegt: dit is loondienst. Zo wordt ondernemerschap bewust klein gehouden.
Een optelsom van anti-zzp maatregelen
De VBAR en verplichte AOV staan niet op zichzelf. Het is onderdeel van een bredere beweging:
Afbouw zelfstandigenaftrek (vanaf 2020).
Verlaging mkb-winstvrijstelling (vanaf 2024).
Afschaffing fiscale oudedagsreserve (2023).
Steeds strengere “aanpak schijnzelfstandigheid”.
Alles wijst dezelfde kant op: zelfstandigheid onaantrekkelijk maken, zodat mensen terug de loondienst in worden geduwd.
Wat betekent dit voor onderwijs-zzp’ers?
Gelukkig weten we uit ervaring: beleid en praktijk zijn twee verschillende werelden.
Scholen blijven zelfstandigen hard nodig hebben.
De Hoge Raad heeft in april 2025 bevestigd dat zzp’en óók mag bij kerntaken (Uber-arrest).
En ook: 2800 scholen werken inmiddels met ons juridisch waterdichte model.
Kortom: laat je niet gek maken door poldertaal en dreigende koppen. Werken als zzp’er in het onderwijs kan gewoon – en het kán zelfs beter, eerlijker en goedkoper dan met tussenpartijen.
👉 Daarom zetten we bij Flexonderwijs in op duidelijkheid in plaats van angst.
👉 Daarom blijven we onderwijsprofessionals zonder tussenpartij verbinden met scholen.
👉 En daarom blijven we dit geluid laten horen: zzp kan wél.

