Gisteren bracht de Amsterdamse scholenkoepel Breed Bestuurlijk Overleg (BBO) met trots het nieuws naar buiten: “de inzet van externe leerkrachten in het basisonderwijs is gehalveerd. Van ruim 200 fte vorig jaar naar 81 fte nu”. Het BBO ziet dit als een cruciale stap naar stabielere teams en een hogere onderwijskwaliteit. Een begrijpelijk streven dat breed werd opgepikt door media als de NOS, Het Parool en de Volkskrant. Maar wie verder kijkt dan de krantenkoppen, ziet een werkelijkheid die een stuk genuanceerder is.
Kloppen de gepresenteerde cijfers wel?
De daling van de externe inzet komt niet uit de lucht vallen; deze is het gevolg van de actieve campagne ‘TeamAmsterdam’, gericht op het afbouwen van inhuur. Volgens het BBO beslaat de flexibele schil nu nog maar 2% van het totaal, terwijl het landelijk gemiddelde rond de 15% ligt. Maar stel: is een flexibele schil van 2% wel houdbaar bij ziekte, verlof of onverwachte uitstroom? Alleen al via Flexonderwijs werken er op dit moment ruim 75 fte zelfstandigen voor Amsterdamse klassen. De claim dat er in de hele regio nog maar 81 fte extern werkt, lijkt dan ook een papieren werkelijkheid. Verrassend genoeg telt het BBO in die 81 fte ook de inzet via bureaus mee, wat de vergelijking met directe zzp-inzet vertroebelt. Wanneer scholen te horen krijgen dat externe inzet “niet is toegestaan”, is het niet vreemd dat de gerapporteerde cijfers lager uitvallen dan de praktijk.
Wie staan er nu daadwerkelijk voor de klas?
Volgens het persbericht zijn de vrijgevallen plekken ingevuld door 120 fte in loondienst. Dat klinkt als een overwinning in tijden van lerarentekort, maar in de Amsterdamse wandelgangen klinkt een ander geluid. Het lerarentekort wordt steeds vaker een ‘personeelstekort’, waarbij bevoegdheid soms ondergeschikt lijkt aan beschikbaarheid. Wist je dat het invullen van een formatieplaats niet automatisch betekent dat de onderwijskwaliteit stijgt? Als vacatures vooral worden gevuld om ‘iemand’ voor de groep te hebben, moeten we ons afvragen of dit het onderwijs werkelijk dient. Een onderwijsprofessional die bewust kiest voor het zzp-schap brengt vaak een bak aan ervaring en rust mee die in een krappe formatie essentieel is.
Kostenbesparing of een dure grap?
Het BBO stelt dat elke bespaarde euro op inhuur naar de ontwikkeling van eigen personeel gaat. Echter, de praktijk van de ‘ADAM-route’ roept vragen op. Waar scholen voorheen rechtstreeks met zelfstandigen konden schakelen, moeten zij nu vaak via een bestuurlijk loket dat opdrachten doorzet naar commerciële bureaus. Dit zorgt voor extra overhead en dubbele marges. Volgens diverse scholen kost deze route inmiddels een factor drie méér dan loondienst. In feite is een zelfstandige zonder bureaumarge en btw vaak even duur als iemand in loondienst. De intentie om geld in het onderwijs te houden is nobel, maar de huidige uitvoering lijkt juist te leiden tot een kapitaalvernietiging richting commerciële tussenpartijen.

De zzp’er als zondebok
In het publieke debat wordt de zzp’er vaak neergezet als het probleem, terwijl zij juist het signaal zijn van een systeem dat onder druk staat. Zelfstandige leraren kiezen voor vakmanschap en flexibiliteit, vallen zelden ziek uit en werken met hart voor hun leerlingen. Het uitsluiten van deze groep professionals op basis van hun contractvorm lost het tekort niet op; het verkleint enkel de groep beschikbare, bevlogen leraren. De koerswijziging van de AOb laat zien hoe de focus is verschoven naar het weren van flex, maar stabiliteit komt voort uit vertrouwen en kwaliteit, niet uit een dwingende loonlijst.
Zekerheid bieden in een veranderende markt
Zzp-zekerheid in een veranderende markt is essentieel voor zowel de school als de zzp’er. Zzp in het onderwijs kan prima, zolang je het goed regelt binnen de huidige kaders. Flexonderwijs faciliteert dit al sinds 2017 binnen de kaders van de wetgeving en volgt alle ontwikkelingen zoals de Wet DBA nauwgezet. Zet je zzp’ers via Flexonderwijs in, dan werken de zzp’ers als soft-franchise waardoor ze volgens de wet bevestigd ondernemer zijn. Toch nog zenuwachtig met betrekking tot de wet dba? Voor extra zekerheid bieden we een verantwoordingsmodel met continue controle en heldere rapportages, zodat je zzp’ers met vertrouwen kunt blijven inzetten en goed onderwijs gewaarborgd blijft. Benieuwd naar de kostprijs van onafhankelijke samenwerking? Neem gerust contact op via mail of bel 06-265 948 29.
Conclusie: Tijd voor een realistisch evenwicht
Stabiel onderwijs vraagt om realisme en een gezonde mix van vast en flexibel personeel. Een eenzijdige focus op het terugdringen van externe inhuur kan op papier succesvol lijken, maar als de werkdruk voor het vaste team stijgt en de kwaliteit verwatert, is er sprake van een schijnoverwinning. Goed onderwijs draait niet om de vorm van het contract, maar om de kwaliteit van de mens voor de klas. Laten we stoppen met het polariseren tussen ‘vast’ en ‘extern’ en samen bouwen aan een onderwijssysteem waar vakmanschap de boventoon voert.
Nieuws over de wetgeving Meer voor de zzp’er/interimmer Meer voor de onderwijsorganisatie

