flexonderwijs_logo

Er zijn wel leraren, maar ze staan niet voor de klas

Het lerarentekort wordt steeds nijpender. Toch zijn er duizenden leraren die voor de klas zouden kunnen staan.

Er zijn gewoon geen mensen meer”, verzuchten basisschooldirecteuren als je ze vraagt naar het lerarentekort. In Amsterdam gaan maandag zelfs zestien basisscholen een week dicht, zodat het personeel kan nadenken over oplossingen voor het tekort. Punt is: in theorie zijn die mensen er wél. Zo’n 11.000 werknemers uit het primair onderwijs ontvangen op dit moment een werkloosheidsuitkering. Dan zijn er nog eens 16.500 mensen met een pabo-diploma die buiten het onderwijs werken. Terwijl het verwachte tekort in 2024 ‘slechts’ zo’n 5.000 voltijdbanen is. Ook in het voortgezet onderwijs is er een grote groep met een diploma die in theorie de tekorten kan oplossen. Waarom lukt dat dan niet? En uit welke groepen leraren valt nog wél te putten om het tekort te bestrijden, los van de nieuwe pabo-studenten en zij-instromers? Die zijn pas over een paar jaar klaar en niet met genoeg om alle gaten te vullen. Verder lezen..

NRC, 7 december 2019


In dit artikel is met de Stille reserve gesproken; Werklozen, “bevoegden buiten de klas” en zelfstandigen. Twee van de drie ondervraagde onderwijszelfstandige zijn op op de platforms van Flex terug te vinden. . en gesproken waarvan er twee een flexprofiel hebben.

Jannette Biemond (29) flexleerkracht

„Toen ik vijf dagen per week in loondienst was, liep ik tegen veel complexe problemen aan. Daarnaast moet ik meer dan tien vakken voorbereiden, de ouder-kindgesprekken, de sinterklaasviering. Het was zo veel dat er weinig ruimte was voor verdieping. Geregeld ging ik in het weekend naar school.

„Op een gegeven moment heb ik hulp gevraagd. Een bijna-gepensioneerde leerkracht kwam mij een keer per week coachen. Daar heb ik zo veel aan gehad. Daarom heb ik me aangemeld als zzp’er bij het non-profitplatform flexleerkracht.

„Schoolbesturen zijn voorzichtig met zzp’ers. Mijn doel is om naast de huidige leerkrachten te staan, niet om ze te vervangen. Als ze met een detacheringsbureau samenwerken, zijn ze twee of drie keer zoveel kwijt en dat is zonde van onderwijsgeld. Ik krijg omgerekend een gewoon lerarensalaris, alleen moet ik er rekening mee houden dat ik soms een maand geen werk heb en ik moet de werkgeverslasten betalen. Dus dat zit in de prijs.

„Ik zie dit als een tussenstop. Ik ben me aan het oriënteren op ander werk, vanwege de werkdruk ook buiten het onderwijs.”

Martin Lanting (39) flexleerkracht

„Ik ben altijd bewust invalleerkracht geweest. Lesgeven aan complexe klassen, is mijn specialisatie. Het past mij om patronen te herkennen en een klas weer op de rit te krijgen. Wat had ik zelf prettig gevonden als kind? Met die bril probeer ik ernaar te kijken. Zodra er een routine is, vind ik het minder interessant.

„ De afgelopen jaren heb ik wel dertig, veertig scholen gezien. Ze hebben allemaal een eigen lesmethode. De ene school werkt met iPads, de andere met Snappets. Ze richten hun rapporten en weekplanningen anders in. Ik zie wat in de praktijk werkt.

„ Ik moet er zelf voor zorgen dat scholen mij weten te vinden. Dat doe ik door besturen te benaderen en mijn verhaal te vertellen. Ik beschouw invallen als een vak apart. Een leerling typeerde mij ooit als ‘leuk streng’: dat is zoals ik het wil hebben.

„In loondienst wordt van je verwacht dat je in schoolcommissies zit en bij vergaderingen bent. Nu kan ik me helemaal richten op het lesgeven. Ik ben heel gemotiveerd om mijn werk goed te doen. Als ik geen kwaliteit lever, dan heb ik geen werk. Die druk werkt prettig voor mij.”